Global Roel Media logo

Futloze compost

Activiteit van de compost laat in de praktijk op diverse composten sterk te wensen over. Meer activiteit betekent in de meeste gevallen ook meer spontaniteit en een spontane teelt is vaak de basis voor een goed resultaat.

Veranderingen in de basisgrondstoffen voor de compostproductie samen met het procesverloop in fase I, II en III bepalen de kwaliteit van de doorgroeide compost. Hier kan de teler weinig aan veranderen maar vervolgens moet hij de teelt naar een maximaal resultaat sturen. Met inactieve composten zie je dat de productie moeilijker wordt gehaald, de kwaliteit vaak sneller achteruit gaat en de teelt gevoeliger is voor groene schimmel, bacterievlekken, waterstelen, verkleuren van de champignons na de oogst et cetera. Een kleine fout in de teelt heeft namelijk grote gevolgen. Een van de aandachtspunten is een ongestoorde uitgroei van de knoppen door continu voldoende verdamping.  Kijken naar en registreren van het vochtdeficit en de hoeveelheid verversing geven een goed beeld van de verdamping.Dit kan men dan vergelijken met andere teelten. Daarnaast is het vergroten van de minimum klepstand en meer regelen op RV dan op CO2 een aanrader in dergelijke situaties.

AdVisie ‘de champignonteeltadviseurs’, Jos Hilkens