Opwarmen voor doodstomen
Bij veel klimaatcomputersystemen is het standaard mogelijk om tijdens het opwarmen voor doodstomen zowel stoom als verwarming te gebruiken. Indien de ketelwatertemperatuur van de verwarming op 70 à 80 graden Celsius ingesteld staat is dit (gezien het betere rendement van de verwarming) zelfs aan te bevelen, zeker als men een krappe doodstoomcapaciteit heeft. Om de temperatuurregeling van de verwarming in de gewone teeltfasen zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen en om energieverliezen te beperken, wordt het ketelwater (zeker in de zomer) echter vaak op een temperatuur van 50 à 60 graden ingesteld. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke lage ketelwatertemperatuur in dat geval bij het opwarmen voor doodstomen als een rem gaat werken zodra de luchttemperatuur in de cel hoger wordt dan de ketelwatertemperatuur. Geeft men de voorkeur aan een lagere ketelwatertemperatuur, dan zal men bij het opwarmen voor doodstomen alleen met stoom moeten werken en de verwarming niet mee laten lopen. Bij enkele klimaatcomputersystemen kan men een aparte marge of dode zone voor de verwarming tijdens opwarmen voor doodstomen instellen. In een dergelijk geval heeft men de mogelijkheid om de verwarming tot aan een bepaalde luchttemperatuur wel mee te laten lopen.
Jan Gielen, Specialist klimaat & energie
C point


Het laatste paddenstoelen nieuws en ontwikkelingen gratis in je inbox.