Global Roel Media logo

Vullen en myceliumkwaliteit

De kwaliteit van het mycelium bepaalt voor een belangrijk deel de spontaniteit waarmee de myceliumdraden samentrekken op het moment van afventileren. Te fijne myceliumdraden in de dekaarde hebben vaker de neiging door te groeien, waardoor de bedden te wit worden. Ook zijn ze gevoeliger voor verschraling en de uitgroei van de knoppen stagneert eerder.

Kwaliteit van het mycelium begint op het tunnelbedrijf met het doorgroeien van de compost. Een te droge compost (vochtgehalte 62-64 procent) geeft eerder problemen met een te fijne myceliumingroei in de dekaarde dan compost met een normaal vochtgehalte van 66-67 procent. Dit is echter voor de meeste kwekers de uitgangssituatie, die ze niet kunnen wijzigen.

Toch is met een goede beoordeling van de compost, eventueel aangevuld met analysegegevens van de compost, nog een en ander te corrigeren. Water bijsproeien op de compost en de compost vaster persen werkt bij droge composten vaak erg goed om een mooiere myceliumkwaliteit in de dekaarde te krijgen. De nat gemaakte compost onttrekt minder water uit de dekaarde en de temperatuurbeheersing van de compost is makkelijker, waardoor men sneller de luchttemperatuur kan verhogen boven 18,5 graden Celsius. Dit geeft sterker mycelium in de dekaarde.

AdVisie ‘de champignonteeltadviseurs’, Jos Hilkens